Gerald Mulder over memoires Albert Speer: “De perfecte mix van grote lijn en petites histoires”

De in 1969 gepubliceerde memoires van Albert Speer (1905-1981) zijn om verschillende redenen uniek te noemen. Om te beginnen vanwege het feit dát hij als een van de weinige nazi-kopstukken de oorlog had overleefd. De meeste anderen pleegden immers óf zelfmoord, kwamen om in het oorlogsgeweld óf kregen de doodstraf. Verder staat Speer bekend als een intellectueel, beschikkend over een scherpe pen en groot analytisch vermogen, waar de rest van het nazikader het niveau van slempende proleten nauwelijks ontsteeg. Bovenal behoorde hij tussen 1933 en 1945, als architect van het Derde Rijk, vertrouweling van Adolf Hitler en Rijksminister van Bewapening en Munitie, tot het centrum van de naziheerschapij. Als enige echte overlevende insider bieden de herinneringen van Speer dan ook een verbluffende inzage in de dagelijkse omgang met Hitler en de kring om hem heen.

Speer werd in 1946 in Neurenberg veroordeeld tot twintig jaar cel – hij ontliep de doodstraf omdat hij verantwoordelijkheid aanvaardde voor de oorlogsmisdaden, al zou hij niks geweten hebben van de concentratiekampen en uitroeiing van de joden. Intussen is uit archiefonderzoek onomstotelijk vast komen te staan dat ‘de goede nazi’ zelf een sleutelrol had gespeeld bij de vernietiging van honderdduizenden gevangenen. Onder verschrikkelijke omstandigheden moesten ze zich doodwerken in zijn wapen- en munitiefabrieken. Voor de bouw van Natzweiler en Gross-Rosen, twee van de beruchtste werkkampen, gaf hij zelf de opdracht. Ook leverde hij  bouwmateriaal voor de uitbreiding van Auschwitz. Meer nog: indien hij niet het productieproces van wapens en munitie door logistieke hoogstandjes had opgejaagd zou de oorlog in Europa zeker een jaar eerder zijn geëindigd.

Zijn straf zat hij uit in de Spandau-gevangenis. Omdat Speer verboden werd biografische aantekeningen te maken, schreef hij over zijn leven en werk in het Derde Rijk en intieme relatie met Hitler op wc-papier, vloeitjes en andere middelen. Na zijn vrijlating in 1966 zijn uit de duizenden aantekeningen die hij in zijn cel bij mekaar had gekriebeld en naar buiten had gesmokkeld deze memoires samengesteld. De Derde Rijk-dagboeken behoren tot de meest aangehaalde werken over het nazitijdperk.

Journalist en historicus Gerald Mulder voorzag de heruitgave van een inleiding. In gesprek met Henk Steenhuis legt hij uit wie Speer was en wat diens memoires zo belangwekkend maken.

Opmerkingen staan uit.