Hoogleraar psychiatrie Iris Sommer over hersenonderzoek: “Preventie en zorg op maat worden de toekomst”

sommer

Het lijkt logisch. Aandoeningen aan hetzelfde orgaan, moeten tot vergelijkbare klachten leiden. Maar multiple sclerose of de ziekte van parkinson associeer je niet snel met schizofrenie. Of alzheimer met een bipolaire stoornis. Terwijl het allemaal hersenziekten betreffen waarbij dezelfde symptomen kunnen voorkomen: motorische problemen, apathie of hallucinaties, dan wel stemmingsklachten, onrust en moeite met concentreren.

Volgens Iris Sommer, hoogleraar psychiatrie aan het UMC Utrecht, is het onderscheid tussen psychiatrische en neurologische ziekten achterhaald. Dat laat ze helder en boeiend zien in haar boek Haperende Hersenen. Daarin beschrijft ze aan de hand van patiëntenverhalen negen hersenaandoeningen. Naast bovengenoemde zijn dat: dwangstoornis, de ziekte van Huntington, een ticstoornis en niet-aangeboren hersenletsel (nah).

Steeds blijkt hoe een hersenziekte zowel het bewegen als de stemming, het gevoel en het gedrag beïnvloedt. Als er iets in ons brein verandert, veranderen wij zelf. De specifieke symptomen zijn uiteraard verschillend, zoals psychose, manie, tremor, krachtsverlies en tics. Zoals ook het ontstaan, diagnostiek en behandeling verschillen. Maar de overeenkomsten tussen de ziektebeelden zijn nog opmerkelijker.

Vanuit neurobiologisch perspectief zijn dezelfde werkingsmechanismen betrokken: het stress- en afweersysteem is overgeactiveerd, er worden minder groeifactoren aangemaakt, het evenwicht tussen boodschapperstoffen, maar ook tussen vrije radicalen en antioxidanten is verstoord. Ook in psychosociaal opzicht is er grote overlap tussen de hersenaandoeningen. Rollen als partner, ouder, vriend veranderen, sommige patiënten kunnen niet meer werken of thuis wonen.

Het grootste probleem dat Sommer signaleert is eenzaamheid. Het stigma dat aan hersenaandoeningen kleeft leidt vaak tot sociaal isolement – vooral psychiatrische diagnosen lijken helaas nog omgeven door een taboesfeer. Terwijl het essentieel is dat patiënten deel blijven uitmaken van de samenleving.

Toch is Sommer positief over de toekomst. Elektronische of magnetische hersenstimulatie, optogenetica, immuun-, stamcel en gentherapie: tal van nieuwe behandelingen zijn al effectief of zullen die volgens haar op korte termijn worden. Daarnaast verwacht Sommer nog veel winst te behalen door preventie. In gesprek met Hieke Jippes legt ze uit waarom met name voorkomen zo belangrijk is.

Opmerkingen staan uit.