Uitgelicht: Ed’s Parijs, vijftiger jaren

elsken

Vandaag het hele uur muziek uit de tijd dat Ed van der Elsken in Parijs woonde. De fotograaf van wie er “De verliefde camera” , een groot retrospectief, te zien is in het Amsterdamse Stedelijk.
Het geluid van jazz klonk in die jaren, de jaren vijftig, luid en duidelijk in de café’s en kroegen op de linkeroever van de Seine, in Saint Germain des Prés. Het voorzag het joie de vivre van de overlevers van de Tweede Wereldoorlog van een aanstekelijke upbeat.

Afbeeldingsresultaat voor jazz black montmartreFrankrijk en met name Parijs had al langer een liefdevol liaison met de jazz, aangegaan gedurende de Eerste Wereldoorlog met de soldaten van de 369th Harlem Infantry Regiment band onder aanvoering van Lt. James Reese Europe. De luitenant was een aan de overkant van de plas gerespecteerd bandleider die in Franse lokaaltjes en op provinciale dorpspleintjes zijn Afro American soldaatmuzikanten aanspoorde de vreemdste syncopen uit hun instrumenten te toveren. Nooit eerder gehoorde geluidscombinaties op opwindende ritmes, die de Fransen in verrukking brachten.

Le djazzz, messieurs et mesdames, le djazzz.

Toen de oorlog voorbij was bleven veel muzikanten in Parijs hangen en vestigden zich in Montmartre, waar een florerende scene ontstond, “Black Montmartre’ waar jazzcats een enorme swing gaven aan het Parijse uitgaansleven in de vele cabarets en jazzclubs.
Le Jazz Hot Quintet was de eerste echt Franse jazzband, waar Django Reinhardt als een baarlijke duivel met slechts 3 vingers meer voor elkaar kreeg op zijn gitaar dan menig andere gitarist met 10. Hij goot ook een flinke scheut Roma (zigeuner)muziek in de Franse jazz, samen met vioolvirtuoos Stéphane Grapelli.

De nazi’s maakten echter korte metten met de door hen als ‘ontaard’ aangemerkte jazzmuziek, in hun optiek immers gemaakt door joden, zigeuners en negers. Daar hielden ze niet van, die verdomde “Ariers”.
Na de Tweede Wereldoorlog, waar de nazi’s uiteindelijk zelf weggevaagd werden, was de levenslust niet te temmen et voilá: le djazz maakte een flitsende bebop-doorstart bij de existentialistische literati Afbeeldingsresultaat voor thelonious monk in parisen beatniks van de linkeroever. Miles Davis, Dizzy Gillespie, Thelonious Monk, de hele avant garde jazz kon op een warm onthaal rekenen in Parijs, waar als een magneet alle kunstenaars van die tijd, zo ook Ed van der Elsken, naartoe getrokken werden. Dáár gebeurde het. En Ed van der Elsken was de picturale verslaglegger met de vinger exact aan de pols van dat levensgevoel.

Dizzy Gillespie knalt de boodschap van de Bebop messcherp op de snede de ether in aan het begin van het uur Kunst & Cultuur op Vrijdag met Fabiola Veerman. De pols van de grote stad klopt als een razende en Dizzie scheert er overheen als een vlijmscherp mes. Pure amfetamine.

Afbeeldingsresultaat voor revue negreSidney Bechet uit New Orleans had in eigen land weinig succes maar in Frankrijk was hij zeer geliefd. Daar begonnen in de Revue Nègre, waar een schaars geklede Josephine Baker optrad, maakte hij felle muziek op klarinet en sopraansax. Men zegt dat men het korte lontje wat hij bleek te bezitten af kan horen aan de muziek die hij maakte. Fel, vol vibrato, effectief, direct en uit duizenden herkenbaar.
Na uitbarstingen volgt meestal de terugslag, de blues. Sidney Bechets Blues in Paris.  Te prefereren boven de blues in Tietjerksteradeel, dunkt me.

De leukste, gekste, geniaalste, Thelonious Monk. “April in Paris“. Daar is niets schmaltzy aan in Monks versie. De dissonanten en rare afslagen vliegen je in keuvelend stride-tempo om de oren. Het hobbebonkt als een koetsje met dronken koetsier over de kasseien, omringd door parelende glissandos- het maanlicht op de uitbottende bomen stel ik me zo voor. Of op die glimmende kasseien. Monks April in Parijs heeft gelukkig niets van die weeïge Parijse ansichtkaartenromantiek.

Afbeeldingsresultaat voor miles davis juliette grecoIn de jaren vijftig waren Miles Davis en Juliette Gréco als liefdespaar wel de absolute koning en koningin van dat Royaume Le Plus Cool op de Rive Gauche.
Afbeeldingsresultaat voor juliette greco leopardVan Juliette Gréco met haar sexy lage hese stem een song, geschreven door Charles Aznavour, “La Bohème”. Over die tijd dat men wild & jong was en overtuigd van het eigen genie. Waar kunst maken het hoogste goed en geld non existent was. Waar men de dichter niet eens goed kon horen omdat de maag zo knorde. Die men het zwijgen oplegde met drank. Veel drank.
Juliette was vermoed ik toen een van de eersten die een rhinoplastie (nosejob door dr. Claoué: het ‘claoué-neusje’) heeft laten doen, zo te zien. Waar ze eerst een gewone rechte neus had, is dat opeens een super mignonne mopsje geworden. Totaal terzijde dit, maar het viel me opeens op.

Miles Davis toverde ”Florence” op een nachtelijke Champs Elysées in de regen uit zijn trompet. Hij schreef dit deel vAfbeeldingsresultaat voor jeanne moreau ascenseuran een  fantastische soundtrack voor Louis Malle’s Nouvelle Vague film “L’ascenceur pour l’éschafaud”.
Florence is Jeanne Moreau, die eigenlijk alleen maar haar sores loopt te overdenken zoals alleen Jeanne Moreau dat kan met die misprijzende lippen en dat loopje, dus je kunt je dan voorstellen hoe dat klinkt, Jeanne Moreau door Miles Davis. Exact zo. Spot on.

De enige jazzy Nouvelle Vague in Parijs is nu nog een popgroep die zo heet en die een soort jazz/bossa nova-achtige getinte lounge voortbrengt. Ook cool, jazeker. Uiterst aangenaam als je tipsy in een bar hangt en geen zin om hebt om al naar huis te gaan. Maar het scherp van de snede is ver weg. Heel ver weg, in deze muziek.

 

Lees meer over Franse muziek in Metha’s Muziek

 

 

 

 

 

 

Opmerkingen staan uit.