Springvossen 23 april | Maarten Doorman

15.00-16.00

Gast: Maarten Doorman,  essayist, dichter, filosoof.

 

 

 

 

Robert van Altena spreekt met Maarten Doorman  n.a.v. de publicatie van zijn essaybundel Dichtbij en Ver Weg. Opstellen over kunst, filosofie en literatuur.

 

Uit het essay ‘Ontroeren in de verte. Over Marijke van Warmerdam’ de eerste twee pagina’s:

«  We hadden tien minuten in Den Bosch gestaan maar gelukkig begon de trein weer te rijden. Alleen voelde ik het gebonk op de wissels niet en toen ik naar buiten keek lag het perron stil naast me, of liever: ik zat nog naast het perron. Iedereen kent het effect: de trein ernaast was opgetrokken. Soms verkeer je een ogenblik in een vreemde wereld en wanneer je begint te dementeren moet het een angstaanjagend gevoel zijn, maar zolang dat niet het geval is (of zolang je het nog niet doorhebt) heeft die vervreemding iets, ik durf het haast niet te zeggen, esthetisch.

[de tekst loopt hieronder door ]

 

« En dan denk ik niet aan Piet Paaltjens’ slapstick uit het melancholieke treingedicht ‹ Aan Rika › (‹ Slechts eenmaal heb ik u gezien. Gij waart / Gezeten in een sneltrein, die de trein / Waar ik mee reed, passeerde in volle vaart. / De kennismaking kon niet korter zijn ›). Het is meer de ervaring dat je in een parallelle wereld bent, zoals je een enkele keer bij het wakker worden niet zeker weet of je nu waker bent of nog droomt, droomt dat je wakker bent.
Ooit scheurde ik met mijn geliefde uit Friesland terug naar de Randstad om Mary Stuart te zien. We waren veel te laat, dumpten de kinderen bij de oppas thuis, renden wapperend met onze kaartjes naar binnen en de voorstelling begon. In elke hoek zat een violist en er ontspon zich een gesprek op het toneel dat ik steeds wanhopiger in verband probeerde te brengen met Mary Stewart. Op een gegeven moment gaf ik het op, boog me verontschuldigend naar mijn buurvrouw en informeerde zachtjes naar welk stuk we zaten te kijken. Kwartetten, zei ze, van Elmer Schönberger.
‹ Dan zit ik in de verkeerde voorstelling, › mompelde ik, waarop de buurvrouw even mijn arm aanraakte en begripvol fluisterde,: ‹ Dat zitten we altijd. ›
De verkeerde voorstelling voegde iets toe aan mijn ervaring van het stuk, juist omdat ik zo ijverig zocht naar iets wat er niet ws, met even datzelfde vage gevoel van het geluk in een parallelle wereld te bestaan. In die trein op station ‹ s-Hertogenbosch dacht ik echter niet aan Kwartetten, maar aan een filmpje van Marijke van Warmerdam. Het heeft Roeren in de verte en je gaat ervan omhoog. Je ziet een kop thee op een tafel met erachter een raam. Buiten sneeuwt het. Een hand roert met een lepeltje in het kopje, legt het lepeltje terug en de sneeuw begint trager te vallen, is nog het enige wat beweegt. daarom kijk je ernaar. Naar de gestaag dalende vlokken. En plotseling voel je je even opgetild door de vallende sneeuw. Door dat filmpje ontdekte ik waar het opwindende gevoel van een sneeuwbui vandaan komt: door het eindeloos neerdwarrelen van die vlokken voel je je licht worden.
Het werk van Marijke van Warmerdam tilt je wel vaker even op. […]. » *

 

* uit: Maarten Doorman, Dichtbij en Ver Weg (Uitgeverij Prometheus)

Foto: omslag Dichtbij en ver Weg


Vorige uitzending: Germaine Kruip, beeldend kunstenaar

Volgende uitzending: Elspeth Diederix, beeldend kunstenaar

Alle Springvossen-uitzendingen


Eindredactie: Robert van Altena

Contact: springvossen@gmail.com

Opmerkingen staan uit.