Column Floris Kreiken 6 April 2014

Winnaars en verliezers van de gemeenteraadsverkiezingen

Het grote schaakspel is begonnen. Nu de stemmen in Amsterdam zijn geteld, zijn partijen elkaar aan het aftasten over de te vormen coalitie. Daarbij is de belangrijkste regel dat zij trouw blijven aan de verkiezingsuitkomst. De winnaar mag ‘kiezen’, en de verliezer past bescheidenheid.


Als grote winnaar van deze gemeenteraadsverkiezingen heeft D66 in diverse gemeenten het voortouw genomen voor de college onderhandelingen. Het is de vraag wat daarmee gebeurt. In Haarlem dreigt de partij gepasseerd te worden door een college van verliezers. Dat zou niet echt goed zijn voor het vertrouwen. In Amsterdam is die kans klein. Toch wordt het nog spannend welke partijen de meerderheid krijgen. SP, eveneens winnaar, maar ideologische tegenhanger van D66, schuift bijvoorbeeld graag aan.


Maar er was nog iets aan de hand.


Deze verkiezingen hadden de laagste opkomst ooit. Landelijk stemde 53% van de mensen deze keer. In Amsterdam waren dat er rond de helft van de stemgerechtigden. In sommige gemeenten, zoals Schiedam, lag de opkomst net boven de 40%. VEERTIG PROCENT! Laat dat even op je inwerken.


Er is opvallend weinig over gesproken, maar degenen die wat zeiden suggereerden dat de lage opkomst onder andere kwam doordat Wilders nauwelijks mee deed. Maar in Amsterdam Zuidoost lag het opkomst percentage op 36%. En ik vermoed dat ze daar niet op Wilders stemmen. Bovendien hebben partijen die inspeelden op een vergelijkbare achterban nauwelijks stemmers getrokken en nu vooral gezorgd voor spookraadsleden, zoals Henk Bremer, van de Partij voor de vrije Amsterdammers, die nog moet verhuizen naar het stadsdeel waar hij verkozen is. Dat draagt ook niet bij aan het vertrouwen.


Als reactie op het lage opkomst cijfer zei minister Plasterk dat hij verwacht dat de opkomst de volgende keer een stuk hoger zal zijn door de toename van beleidstaken op lokaal niveau. Als gemeenten meer gaan doen, zullen mensen zich meer betrokken voelen, aldus de minister.


Met andere woorden: komt wel goed!

Maar hoe weet de minister dat?

Ook zei hij dat hij had verwacht dat de opkomst ergens in de veertig zou zijn, maar dat hij zich minder zorgen maakte omdat de opkomst rond de vijftig was. Anders had hij er anders bij gestaan.
Met andere woorden: waar maken we ons druk over!

Nou: de helft van de mensen heeft de indruk dat hun stem niet van wezenlijke invloed is op de lokale democratie. Dat is gigantisch.

Het verbaast dan ook dat er niet meer aan de alarmbel is getrokken. Tussen het feestgedruis van de winnende partijen is het opvallend stil gebleven. Dit verdient onderzoek, en dit verdient ingrijpende wijzigingen in de manier waarop we politiek bedrijven. Het is positief om te zien dat D66 en Groenlinks met een hervormingsagenda willen komen, die inspeelt op de aankomende ingrijpende wijzigingen in ons lokale bestuur. Het is alleen te hopen dat een nieuw collegeakkoord ook werk maakt van de betrokkenheid van de burger bij de Amsterdamse gemeenteraad.

Na de verkiezingen was er veel ophef over verschillende dingen, maar nauwelijks over de opkomst. Premier Rutte kreeg een vieze smaak in zijn mond toen Geert Wilders sprak over ‘minder Marokkanen’. Hij had zich ronduit beroerd moeten voelen door de minder stemgerechtigden die zijn komen opdagen.

Gister waren er verkiezingen in Afghanistan. Mensen daar trotseerden noodweer, raketwerpers, en aanslagen van de Taliban, om in de rij te gaan staan om te gaan stemmen. Hier komt maar de helft opdagen.
Hoewel deze verkiezingen veel winnaars kent die dat graag vieren, is de echte verliezer de politiek, als maar de helft van de Amsterdammers genoeg vertrouwen heeft om mensen namens zichzelf te mandateren. En die politiek past nu bescheidenheid.

Comments are closed.