Uitgelicht: Straattaalwijzer 2

Na de  ‘oldskool’ hiphop Straattaalwijzer in Kunst & Cultuur op Vrijdag van 2 december viel me nu de new skool op: de nog echt jonge gasten in de vaderlandse rapscene. Voormalig ‘straattuig’, dat het credo: geld, auto’s & bitches met de paplepel ingegoten kreeg met rolmodellen als oudere broers en hun vrienden, hun lichtend voorbeeld. Die gasten reden in snelle, dure auto’s, hadden de lekkerste vrouwen, dure kleren, geld als water en dat alles zonder naar school te gaan. School? Vervelend, naar andermans pijpen dansen. School is voor sukkels die met een lunchtrommeltje op de fiets of met de bus moeten om een hele dag saaie dingen te doen met boeken. Easy money ligt op straat, ja toch, zo voor het grijpen. Dan kun je je zo een dure auto aanschaffen en gaan gassen met dat ding, zoals Sevn Alias rapt in “Gass”.

Afbeeldingsresultaat voor boef salamIk werd geattendeerd op Boef (de opruiende vlogger) op de site van 3voor12. Hij wil nu, net als Ali B. een knuffel van Beatrix- nu ja, hij zal het dan met Maxima’s knuffel moeten doen, wat me geen slechte upgrade lijkt.
Boef was absoluut geen schatje, lees het interview maar. “Het gaat er niet om wat je gedaan hebt maar wat je nu doet” en zo is dat natuurlijk ook. Dus geeft hij, stoere ex-‘gangsta’ nu zijn moeder alle egards in zijn hit “Salam”,. Dat nummer is al gigantisch veel keer gedownload, veel meer dan de hits van Ed Sheeran. Boefs muziek is een mengeling van EDM en ‘trap’ maar ook de vroegere raï uit de Maghreb en de huidige mixmuziek uit de banlieues van Parijs klinken erin door. Boef is dan ook geboren in zo’n banlieue als kind van Algerijnse immigranten. Op zijn vijfde werd hij met een oom meegestuurd naar Nederland omdat zijn moeder hem op die jonge leeftijd al naar de haaien zag gaan in die grimmige voorstad van Parijs. Boef, die als kleine jongen al ‘met cocaïne in zijn mouwen’ rondliep, ziet nu in dat hij een voorbeeldfunctie vervult dus heeft hij zijn leven drastisch aangepakt en opgeschoond. Hij wil zelfs een ‘knuffel Algerijn’ worden á la “knuffel Marokkaan’ Ali B., waar heel Nederland van kan houden.

Afbeeldingsresultaat voor jairzinho tempologo_transRotterdam is, meer dan Amsterdam, een broedplaats voor hiphop, dankzij de havens, dankzij grote groepen multiculturele arbeiders die daar aankwamen en werk vonden. Hun kids zoeken het meer in de muziek dan in de havens. Zo nam ik eerst aan dat Jairzinho, de rapper die het uur opent met “Tempo”, van Kaapverdiaanse afkomst was maar zijn achternaam blijkt Winter  en hij heeft Surinaamse roots.  Hij richtte de Rotterdam Airlines Music Group op en brengt vele nummers uit, altijd in samenwerking met andere rappers zoals Sevn Alias. Zoals “Tempo” een heerlijk, opjuttend nummer. Net als dat van de eveneens Rotterdamse/Arubaans/Kaapverdiaanse rapcollectief Broederliefde, dat vorig jaar grote triomfen vierden met hun album “Hard work pays off”. Zij zouden aanvankelijk een van de groepen zijn die als “Ambassadeurs van de vrede” per heli van het ene naar het andere festival rondgevlogen zouden worden op 5 mei maar een van hun rappers (Emms) werd onlangs betrapt op het scanderen van antisemitische leuzen waarop hun ambassadeurschap uiteraard in rook opging. Grow up bro, je bent al 25! Rook minder, denk na en bied je welgemeende excuses aan, zou ik zeggen. Soms blijven ze gemakzuchtig hangen in het puberale gedachtegoed van domme napraat. Helaas.
Afbeeldingsresultaat voor rotterdam rapWat is dan toch voor mij het aantrekkelijke van die ”new skool” gassies gezien het soms bedenkelijk allooi van hun raps?
Dat spelen met taal. Hun vaak fascinerende en vernieuwende taalgebruik. Dat wonderbaarlijke straattaalmengelmoesje van Nederlands, Engels, Caribisch, Sranan Tongo, Mocro.
Het auditieve equivalent van een jongleur die heel veel kleurige ballen in de lucht houdt, spannend tot en met.
Met jaloersmakende energie, de kracht van jonge mannen zich vol branie in hun leven storten. Die energie knalt uit hun songs en raps.
Maar ook nog vaak met het aandoenlijke van ‘te klein voor een tafellaken maar te groot voor een servet’ zoals men dat vroeger noemde. Ze doen zó stoer, man, brallen in hun teksten, blazen zich als baltsende paradijsvogels op maar in wezen zijn het natuurlijk gewoon ”jongens, maar aardige jongens”. Die zich soms vergalopperen maar dat vroeg of laat wel inzien.
En hun muziek natuurlijk. Ze hebben gelukkig een talent dat ze van de straat trekt. Met een duurzamer en aanlokkelijker vooruitzicht dan snel scoren.

Ik houd van taal. Ik houd van muziek. Zij zijn ongeremd creatief in beide disciplines. Daarom vind ik ze leuk.

Meer verhalen over muziek in Metha’s Muziek

Comments are closed.