Stijn Aerden: “Vanaf zijn vroegste jeugd was Mulisch onbescheiden”

 

Wie was Harry Mulisch? Een schrijver van wereldformaat, een ijdeltuit, een provocateur? In ieder geval een fenomeen, met evenveel voor- als tegenstanders. Een man die door zoveel werelden sneed. Hij is wel eens smalend  'De kosmopoliet van het Leidseplein' genoemd. Café Americain, de Stadsschouwburg en De Kring behoorden dan ook lange tijd tot zíjn habitat. Je ziet hem zo weer de Leidsestraat oversteken: met zijn rechte rug; het gecoiffeerde, licht golvende, naar achter gekamde haar, zwierig dasje om en natuurlijk pijp in de mond. Het is een iconisch beeld.

Stijn Aerden schreef met ‘Telefoon voor de heer Mulisch!’ een handzame biografie over twintig-en-een van dit soort typische aspecten van de Homerus van de Lage Landen. Over de duizend vrouwen met wie hij het bed zou hebben gedeeld, diens 'mojitosocialisme' en ontmoeting met Fidel Castro op Cuba, zijn onsterfelijkheid. Mythes – zoals die horen bij een man die het als zijn levensopdracht zag 'het raadsel te vergroten’. Maar ook de bijzondere geschiedenis van zijn Duitse ouders Kurt en Alice, zijn liefde voor teckels en veelbesproken neus ontbreken natuurlijk niet.

Deze thematische aanpak werkt wonderwel. Zonder te vervallen in oeverloze 'compleetheid' is de auteur er in geslaagd een rijk en humoristisch portret van de schrijver áchter de schrijver op te tekenen. Mulisch viel als persoon immers voor een groot deel samen met het beeld dat hij van zichzelf als schrijver had gecreëerd: gentleman, pretentieus, een literair genie. Maar tegelijk blijkt uit de verhalen hoezeer hij geliefd was door vrienden. Na het lezen van dit boek begrijp je dit spanningsveld tussen de publieke en 'ware' Mulisch veel beter. Ook al was het een vorm van zelfbescherming of zelfspot, hij was een poseur die puur was. Kon hij het helpen dat hij “succesvol, rijk en mooi” was? Of je hem nou bewondert of verafschuwt, dat totale gebrek aan valse bescheidenheid, zowel in zijn werk als leven, maakt hem fascinerend.

Een fraai voorbeeld hiervan is uiteraard dé anekdote der Mulisch-anekdotes over de telefoontjes die hij ontving in Café Americain. Stijn Aerden legt in het fragment aan Henk Steenhuis uit hoe het werkelijk zat.

 

 

 

 

Opmerkingen staan uit.